Exameneisen 3e Dan
Onderstaande is overgenomen uit het dangraadreglement van Stichting Taekwon-do International Nederland (september 2006, versie 1.3a).Naast alle in het reglement genoemde voorwaarden om aan het examen deel te mogen nemen, het volgende.
Theorie
De kandidaat dient de namen en betekenissen van de Tuls (1 t/m 15) te kennen én dient desgevraagd bij het onderdeel Tuls de examencommissie hierover informatie te kunnen verstrekken. Hiernaast dient de kandidaat de Koreaanse nomenklatuur van de examenonderdelen en de voornaamste fundamentele oefeningen te kennen. De kandidaat krijgt een theorie test van ongeveer 10 vragen.Praktijk
TulsDe kandidaat dient Tul 1 t/m 15 te kunnen demonstreren. Voor dit onderdeel zal minimaal 5 Tuls gedemonstreerd dienen te worden, waarvan Eui-Am, Choong-Jang en Juche een vast examen-onderdeel vormt. Hiernaast is de kandidaat 1 Tul vrij te bepalen (uit de Tuls van de 1ste Dan categorie) en zal 1 Tul voor het examen door de voorzitter van de examencommissie worden vastgesteld.
Sparring
De kandidaat dient voor dit onderdeel de volgende sparringsoefeningen te demonstreren, oplopend in moeilijkheid:
1 stapssparring met springtechniek voet: aanval met een voettechniek, verdediging met een voettechniek gevolgd door een gesprongen tegenaanval.
Voettechniek sparring: twee maal een aanval met een voettechniek, vrije verdediging gevolgd door een tegenaanval met een voettechniek + springtechniek.
3 stapssparring: drie maal een aanval met voettechnieken, verdediging met verschillende hand- en voettechnieken gevolgd door een tegenaanval.
3 fase oefeningen: zowel hand als voet.
Vrij sparring tegen één of meerdere tegenstanders (met safety equipment - door de kandidaat zelf meegebracht).
Zelfverdediging
De kandidaat dient voor dit onderdeel diverse afweringen en zelfverdedigingstechnieken uit te voeren tegen verschillende vormen van een mes aanval. Belangrijk: altijd ontwapenen. Verdere uitvoering is vrij. Dit onderdeel mag met een vaste partner worden uitgevoerd.
Breektechniek
De kandidaat dient voor dit onderdeel 2 breektesten te kunnen uitvoeren, al dan niet met een moeilijkheidsfactor. De Junioren dienen zowel een handtechniek, als een voettechniek uit te voeren op 1 witte kunststof plank. De senioren dienen zowel een gesprongen handtechniek, als een gesprongen voettechniek uit te voeren op 1 zwarte kunststof plank. De planken, die door de examencommissie worden meegenomen, worden in een houder geplaatst. Voor het examen wordt door de voorzitter van de examencommissie de keuze van techniek(en) en de moeilijkheidsfactor vastgesteld.