Sparring

De uitvoering van de technieken dient niet alleen tegen een denkbeeldige tegenstander of tegen stootkussens te worden getraind, maar ook tegen een partner. In eerste instantie kan er gestart worden met de beoefening van stapsparring. Hierdoor wordt een overgang gecreëerd tussen de beoefening van de fundamentele oefeningen (de basisoefeningen) en het (half) vrije gevecht.

De Internationale Taekwon-Do Federatie (I.T.F.) kent de stapsparring in een vrije vorm. Een ieder dient zelf te bepalen hoe zij/hij een bepaalde aanval zal afweren. Deze oefeningen kan men oefenen middels de 1-stap, de 2-stap en de 3-stapsparring.

Onder stapsparring wordt verstaan de vorm van sparring, waarbij in een (on)bepaalde volgorde van aanvals- en verdedigings- technieken geoefend worden. De bedoeling van deze trainingsvorm is een overgang te creëren van de fundamentele oefeningen (de basis oefeningen) naar het vrije gevecht. Door het trainen met een tegenstander komt de snelheid van de reactie, de timing en de balans van de beoefenaar uitgebreid aan bod.

De sparringsoefeningen zijn dusdanig ontworpen zodat zij enigszins binding hebben met de Tuls. Verder zijn de oefeningen ook uitermate geschikt om tot in de perfectie de aanvals- en verdedigingstechnieken met een partner door te nemen. De meest geavanceerde vormen van de partneroefeningen (zoals de voetsparring en het half vrij sparren) vormen een goede basis voor de toepassing van technieken met een hoge moeilijkheidsgraad. Buiten de toepassing in de wedstrijdsport dient het vrije gevecht getraind te worden als een logisch vervolg op de partneroefeningen. Alhoewel niet noodzakelijk, is het wel wenselijk dat een Taekwon-Do beoefenaar bij het doorlopen van de beginners graden enige malen deelneemt aan een Taekwon-Do wedstrijd. De eerste confrontatie met een veelal vreemde tegenstander, het proeven van de wedstrijdsfeer en het onder spanning toepassen van de aangeleerde technieken zijn namelijk van groot belang voor de verruiming van de Taekwon-Do beoefenaar. Maar ook doorzettingsvermogen, zelfdiscipline en sportiviteit zijn zaken die nauw verbonden zijn met het wedstrijdsparren en derhalve getraind of ervaren dienen te worden.

Daarentegen blijft het voor hoger gegradueerden die niet meer aan wedstrijden deelnemen ook wenselijk dat zij regelmatig de aangeleerde vaardigheden van het sparren in praktijk brengen. Voor hen geldt dat inzicht, reactievermogen en technische vaardigheid belangrijker zijn dan het scoren van punten.